Toelatingsprocedure

Bij de aanmelding van een leerling voor klas 1 tot en met 4 loopt de procedure als volgt:

 

  1. Bij aanmelding van een leerling beslist de toelatingscommissie (TLC) over de toelating van een leerling.
  2. Bij leerlingen waarbij de inschatting is dat zij zijn aangewezen op extra ondersteuning wordt door het zorgteam onderzocht of dit inderdaad het geval is en zo ja; welk arrangement de leerling nodig heeft.
  3. Bij twijfel over plaatsing doet het zorgteam in samenwerking met de TLC onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Dit onderzoek kan bestaan uit observatie op de basisschool en gesprekken met ouders en de basisschool. Denk hierbij aan gesprekken met de leerling, de leerkracht, IB-er en directie.
  4. Als de leerling naar oordeel van de school is aangewezen op extra ondersteuning wordt beoordeeld of deze extra ondersteuning binnen de eigen school kan worden geboden. Het arrangement wordt in overleg met de ouders vastgesteld door de zorgcoördinator. Na overleg over het arrangement wordt overleg met de ouders gevoerd over het ontwikkelingsperspectief (OPP) inclusief de uitstroombestemming. Ook worden met de ouders jaarlijkse evaluatiemomenten afgesproken.
  5. Als het arrangement niet binnen de eigen school uitgevoerd kan worden, zoekt de zorgcoördinator in overleg met de ouders naar een andere reguliere VO of voortgezet speciaal onderwijs (VSO) school binnen de samenwerkingsverbanden (SWV) in de regio.
  6. Als de school inschat dat de leerling is aangewezen op voortgezet speciaal onderwijs, meldt de zorgcoördinator de leerling namens het schoolbestuur in overleg met de ouders aan bij de Commissie Toelaatbaarheidsverklaring (zie ook paragraaf 6.3).

 

Of de school voor een bepaalde leerling met een onderwijsbelemmering inderdaad een passend ‘arrangement’ kan bieden, hangt af van een aantal randvoorwaarden:

 

  • Ouders moeten een belangrijke partner in de communicatie kunnen zijn om een leerling succesvol te kunnen laten zijn.
  • Waar sprake is van een complexe problematiek in de (thuis)situatie van de leerling die door de school niet te beïnvloeden is, is de beschikbaarheid van aanvullende specialistische hulp (bijvoorbeeld jeugdzorg of maatschappelijk werk) van groot belang.
  • Waar sprake is van ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblematiek is van belang dat aangetoond kan worden dat er verbetering verwacht kan worden.
  • Eveneens van groot belang voor onderwijssucces is dat er in een klas niet teveel leerlingen met onderwijsbelemmeringen zitten. Cumulatie van problematieken is niet alleen belemmerend voor het onderwijssucces van de desbetreffende leerlingen, maar voor de vorderingen van de klas als totaal.

 

Bij de volgende belemmeringen kan het OVZ mogelijk geen passende plek bieden:

 

  • Wanneer een leerling als gevolg van zijn belemmering een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen;
  • Wanneer een leerling door zijn gedrag het leerproces van zichzelf of zijn medeleerlingen ernstig belemmert;
  • Wanneer er voor de uitvoering van een passend onderwijsarrangement zoveel specialistische kennis of vaardigheden of voorzieningen nodig zijn dat de school die redelijkerwijs niet (op het vereiste niveau, in de gewenste intensiteit) kan bieden;
  • Wanneer er sprake is van een IQ lager dan 75;
  • Wanneer er sprake is van een disharmonisch profiel waarbij het VIQ of PIQ lager is dan 75;
  • Wanneer er sprake is van een of meerdere achterstanden die groter zijn dan 0,50 dle op het gebied van begrijpend lezen, taal en rekenachterstanden.


Wanneer niet aan de randvoorwaarden kan worden voldaan of wanneer er sprake is van een van bovenstaande belemmeringen, dan zal het zorgteam onderzoeken of een passende plek mogelijk is op het OVZ.

Wanneer na onderzoek blijkt dat het OVZ geen passende plek kan bieden, dan behouden wij ons het recht voor de leerling te weigeren.

Wanneer een leerling niet geplaatst kan worden zoeken wij samen met de ouders en basisschool (indien van toepassing) naar een passende plek elders in de regio.